NLENFR

Energiewijken

Hoe verbeteren we de energieprestatie van ons gebouwenpatrimonium op een collectieve en betaalbare manier, niet alleen om CO2-emissies terug te dringen en onze duurzaamheidsdoelstellingen te behalen, maar ook om lokaal ondernemerschap te vergroten en de woonkwaliteit te verbeteren?

Waarom een Energiewijk?

Vitrine

maprenovationwaveenergydistrict01.jpg
190823lapilemecaniquefannymonier.jpg
vitrinemiddel1.svg
01ew10onzichtbarenetwerken.jpg
wijkregisseurasset16.svg
20210531agendablaadjeenergie.jpg
schermafbeelding20210601om203459.png
link.svg
20210528buffervatenergiewijken.svg

We oogsten kennis en kansen door te wandelen op locatie. Via portretten van bewoners en kenners halen we op wat leeft en bundelen we de noden tot een scherpere vraag.

Plan van aanpak

werfhelm.png
stift.png
werfschoen.png
sleutel.png
werfschoen.png
baksteen.png
baksteen.png
play.png
play.png

De technologie is klaar om energiezuinig te bouwen, maar enkel met een collectieve aanpak kunnen we versnellen. We moeten zowel ruimte als energie delen. Werken op wijkschaal is hiervoor de sleutel.

Bouwplaats

i
1. Coördinatieplatform: Lokale besturen en vertegenwoordigers uit de wijk richten samen een platform op om energieprojecten in de buurt te coördineren

Bij bedrijven, bewoners, beheerders en bestuurders van een wijk bestaat een grote wil om projecten op te zetten rond gebouwrenovatie, lokale productie van energie en het opslaan van energie. In een energiewijk blijft het niet bij een losse verzameling quick wins of pilootprojecten. Er is daarentegen nood aan een integraal en coherent programma waarbij uiteindelijk alle gebouwen en huishoudens worden meegenomen. Daarvoor wordt een coördinerend platform op schaal van de wijk opgericht, waar een stad of gemeente samen met lokale organisaties zoals scholen, sociale huisvestingsmaatschappijen, wijkcentra en sportverenigingen, maar ook ontwikkelaars, energieleveranciers, investeerders en burgervertegenwoordigers, rond de tafel zitten en ondersteund worden door experts (zie bijvoorbeeld het ‘Coördinatieplatform’ in de Brusselse Noordwijk). Zo ontstaat een gestructureerde vorm van uitwisseling en een nieuw organisatiemodel voor actoren om samen te werken. Zij brengen in eerste plaats het energiepotentieel in kaart en leggen de noden en wensen van de bewoners bloot (zie bijvoorbeeld de sociaal-technische mapping van Bospolder-Tussendijken in Rotterdam). Binnen het coördinatieplatform wordt vervolgens een programma op maat opgezet en wordt een ‘wijkregisseur’ aangesteld om begeleiding en ontzorging op maat aan te bieden. De resultaten worden zorgvuldig gemonitord en de acties zo nodig bijgestuurd. De transformatie van de wijk is een coherent en integraal project.

bouwstenen: Coördinatieplatform Brussel LEAP Bospolder-Tussendijken
i
2. Collectief renovatieprogramma: De bouw- en dienstensector ontwikkelt de technieken en businessmodellen om verschillende woningen tegelijk aan te pakken

In woonwijken worden selectieve ingrepen, zoals het isoleren van het dak of het plaatsen van zonnepanelen, vooral gerealiseerd door individuele en kapitaalkrachtige bewoners. Maar een integrale en collectieve aanpak betekent zowel financieel-energetische efficiëntie als sociale winsten: goedkopere offertes, snellere bouwwerken, warmtewinst van de buren, een sterker buurtgevoel en sociale inclusie. Aannemers en materiaalproducenten passen hun bedrijfsmodel daarom aan om een snelle, massale en collectieve renovatie te realiseren (zie bijvoorbeeld het Nederlandse ‘Energiesprong’ of ‘Machiels Building Solutions’). Tegelijkertijd zien we dat het moeite kost om echt alle huishoudens in een wijk mee te krijgen en dat in België een collectieve mentaliteit nog niet is ingeburgerd. Nieuwe organisaties en tussenpersonen proberen mensen te ontzorgen en zo een mobiliserend mechanisme uit te bouwen voor collectieve renovatie (zie bijvoorbeeld ‘Energent’, dat deur aan deur gaat in de wijk).

bouwstenen: Energent
i
3. Energiegemeenschappen: Burgers en lokale organisaties nemen eigenaarschap op in energie-uitwisselingsprojecten in hun wijk

Binnen een lokale energiegemeenschap kan geproduceerde energie onderling uitgewisseld worden, idealiter tussen actoren met verschillende consumptiepatronen. In plaats van overtollige energie terug te sturen naar het net, kunnen meer mensen profiteren van lokaal opgewekte hernieuwbare energie. Burgers kunnen bijvoorbeeld mee investeren in zonnepanelen op grote daken in de buurt (zoals een school of loods). Die produceren meer energie dan ze op bepaalde momenten kunnen verbruiken, waardoor het overschot kan verdeeld of verkocht worden aan leden die er op dat moment nood aan hebben. Goede afspraken maken over de verdeelsleutels, het gebruik van data en het onderhoud van de gemeenschappelijke infrastructuur is hierbij cruciaal. De energiegemeenschap neemt zo haar energie in eigen handen! Er ontstaat een vorm van eigenaarschap en bewustzijn over het lokaal genereren en consumeren van energie. En zelfs als je niet het kapitaal hebt om zelf te investeren, kan je aan een goedkoper tarief lokale energie afnemen. Hoewel het (momenteel) in België wettelijk nog niet toegestaan is om stroom rechtstreeks te delen of te verkopen aan buren, is een nieuw richtinggevend kader in de maak.

bouwstenen: SunGilles / Vlogaert Nos Bambins
i
4. Nieuwe financieringsmodellen: Private, publieke en coöperatieve spelers zetten samen een ambitieus investeringsfonds op

Nieuwe financieringsmodellen moeten mogelijk maken om investeringen in de energietransitie op grote schaal uit te rollen. Het huidige systeem van premies gericht op individuele, kapitaalkrachtige burgers bereikt te weinig mensen. Een ambitieus investeringsfonds moet kunnen ’rollen’: de investering in renovatie of lokale productie verdient zich na een zekere periode terug en kan opnieuw belegd worden. Overheden kunnen zich richten op sociale huisvesting en kwetsbare groepen (zie bijvoorbeeld ‘Dampoort KnapT OP!’, waarbij noodkopers in staat worden gesteld om te renoveren). Daarnaast richten burgers (regionale) coöperatieve vennootschappen op om zonnepanelen, windmolens of warmtenetten te installeren (zie bijvoorbeeld ‘Klimaan’ in Mechelen). Ze kiezen er veelal voor om de gemaakte winst opnieuw te investeren in lokale (sociale) projecten. Ten slotte zijn er private ESCO’s (Energy Service Company’s) die vaak de prefinanciering van energiezuinige renovaties op zich nemen en met de terugverdiende investering nieuwe innovaties ontwikkelen (zie bijvoorbeeld ‘Wattson’). Een investeringsmodel met een mix van private, publieke en coöperatieve middelen kan deze drie drijfveren verzoenen.

bouwstenen: Energent Dampoort KnapT OP!
i
5. Publieke energiestrategie: Lokale besturen gaan strategisch om met de publieke ruimte en gebouwen in hun eigendom

Heel wat infrastructuur die zich in onze publieke ruimte of in publieke gebouwen bevindt, verbruikt ook energie. Tegelijkertijd bieden ze heel wat kansen om hernieuwbare energie op te wekken. Wat als we zonnepanelen plaatsen op publieke daken en hiermee vervolgens de straatverlichting, bus- en metrohaltes of zelfs elektrische oplaadpunten van stroom voorzien? Ook groenafval en snoeihout uit publieke parken kunnen systematisch worden opgehaald en gecomposteerd in een biogascentrale (zie bijvoorbeeld het Nieuw Administratief Centrum in Brasschaat). Zo wordt de productie van energie in de publieke ruimte een openbare dienst. Lokale besturen geven het goede voorbeeld. Ze zetten de publieke ruimte en gebouwen efficiënt in en de publiek geproduceerde hernieuwbare energie wordt voor iedereen beschikbaar gemaakt.

bouwstenen: Nieuw Administratief Centrum Brasschaat
i
6. Buurtbuffer: Energiedistributeurs voorzien opslagcapaciteit in de wijk als deel van de vaste energie-infrastructuur

De grote uitdaging bij de productie van hernieuwbare energie is dat ze niet constant is en dus (letterlijk) varieert met de stand van de zon, de wind, het water en de seizoenen. Om overdag opgewekte elektriciteit of warmte ’s avonds te kunnen gebruiken, moeten we die tijdelijk kunnen opslaan. In plaats van individueel onze eigen energie te bufferen, is het logischer om energie op te slaan op wijkschaal (zie bijvoorbeeld de wijkbatterij in Oud-Heverlee). Het is energetisch efficiënter en economisch interessanter. Maar de technologie is nog volop in ontwikkeling en (nu nog) vaak zeer duur. Om ‘buurtbuffers’ structureel in te bedden, moeten ze een integraal onderdeel vormen van onze wijkinfrastructuur. Kunnen we een systeem bedenken waarbij het opslaan van energie op wijkschaal structureel georganiseerd wordt door de stad of door de energiedistributeurs, net zoals vandaag gebeurt bij het rioleringssysteem of een warmtenet? Zo ontstaat een vorm van publiek-private cofinanciering: de energie wordt decentraal opgewekt door burgercoöperaties, de infrastructuur wordt centraal aangeboden.

bouwstenen: Wijkbatterij Oud-Heverlee
i
7. Warmtenet: Industriële of andere spelers leveren restwarmte. Netbeheerders en lokale besturen investeren gezamenlijk in de publieke ruimte

Een warmtenet gebruikt restwarmte van fabrieken of andere warmtebronnen om huizen en bedrijven te verwarmen (zie bijvoorbeeld ‘Oostveld’ in Eeklo). De centrale warmtebron wordt met buizen onder de grond, via een warmteoverdrachtstation, verbonden met de afnemers, als alternatief voor de huidige, individuele verwarmingsboilers. De aanleg van een warmtenet vergt grote infrastructuurwerken, is ontzettend duur (minimum één miljoen euro per kilometer) en is daarom pas rendabel als een hele wijk kan worden aangesloten. Vaak wordt er gewerkt met twee of meer instapmomenten, bedoeld om bewoners stapsgewijs te overtuigen. De investering is een kans om meteen ook werken aan de publieke ruimte uit te voeren, zoals de vervanging van het rioleringssysteem, de klimaatadaptieve herinrichting van een verhard plein of de aanleg van een nieuw fietspad. Het openleggen van de straat biedt kansen om te investeren in de toekomst.

bouwstenen: Warmtenet Eeklo
i
8. Bovenlokaal programma: De regionale en federale overheid werken het wetgevend kader, de instrumenten en de kennis uit om energiewijken te vermenigvuldigen

De energietransitie en de grootschalige renovatiegolf die daarmee gepaard gaat, zijn een Europese en nationale doelstelling. Daarom ontwikkelen onze bovenlokale overheden de nodige tools om een veelheid van lokale projecten te ondersteunen. In de eerste plaats bouwen ze een stimulerende omgeving waarbinnen energiewijken kunnen floreren: de drijfveren om onze bestaande gebouwen te laten overschakelen op hernieuwbare energie en om massaal te renoveren, worden hier vormgegeven (bijvoorbeeld een CO2-belasting op energieprijzen of de beslissing van Nederland om in 2050 geen aardgas meer te gebruiken). Vervolgens spelen nationale programma’s een rol om te leren uit lopende initiatieven en om de nodige instrumenten en capaciteiten te ontwikkelen om lokale wijken te begeleiden (zie bijvoorbeeld het ‘Programma Aardgasvrije Wijken’ in Nederland). De bundeling en uitwisseling van expertise leiden tot een vermenigvuldiging van energiewijken op het terrein.

bouwstenen: Programma Aardgasvrije wijken
i
9. Monitoring: Technologie- en innovatiebedrijven faciliteren de analyse en het sturen van data over energieconsumptie en -productie

Het continu meten van gegevens is nodig om de wisselvalige productiepieken van hernieuwbare energie af te stemmen op de consumptie, om de gebouwprestatie te meten en bij te stellen en om mogelijke koppelkansen tussen stakeholders in de wijk te vinden en zo verliezen te beperken. Daarin bestaan verschillende gradaties: van het verzamelen en visualiseren van gegevens, of een ‘community dashboard’ dat de uitwisseling tussen aandeelhouders faciliteert, tot een volledige ‘digital twin’ om real time beslissingen te nemen over een geheel grondgebied. Verschillende nieuwe bedrijven en platforms bouwen de nodige technologieën en business cases uit om deze datamonitoring op zich te nemen (zie bijvoorbeeld ‘WeSmart’). Daarbij is het cruciaal dat er meer data beschikbaar is en dat de mogelijke privacy-afwegingen (bijvoorbeeld over het openbaar maken van persoonlijke energierekeningen, gedetailleerde 3D-modellen en productiedata op gebouwniveau) worden uitgeklaard.

bouwstenen: WeSmart

Zowel private als publieke initiatieven zetten hun schouders onder de energietransitie. Hoe passen al die Bouwstenen in een wetgevend en ruimtelijk kader dat investeringen stimuleert en lukt het ons om de lange termijn winsten eerlijk te verdelen?

Ontdek de kaart met alle Bouwstenen

Bouwstenen

Hernieuwbare energie delen in de energiegemeenschap ‘Nos Bambins’.
Hernieuwbare energie delen in de energiegemeenschap ‘Nos Bambins’.
© Ivan Put
Nos Bambins
Het proefproject ‘Nos Bambins’ in Ganshoren deelt de stroom die opgewekt is met zonnepanelen op het dak van een school met enkele buren in de straat, en is daarmee een van de eerste energiegemeenschappen in Brussel.
Bovenaanzicht Noordwijk, 2018
Bovenaanzicht Noordwijk, 2018
© VOKA, 2018
Coördinatieplatform Brussel
Het Coördinatieplatform heeft tot doel om de instrumenten, middelen en stakeholders samen te brengen en te operationaliseren om van de Brusselse Noordwijk een Positive Energy District (PED) te maken. Dit orgaan moet een visie ontwikkelen voor de hele wijk en de verschillende afzonderlijke energieprojecten coördineren.
WeSmart dashboard community
WeSmart dashboard community
© WeSmart
WeSmart
Het digitale ‘community dashboard’ van WeSmart ondersteunt energiegemeenschappen om in real-time hun eigen productie en verbruik te bekijken, om slimme beslissingen te nemen en zo hun energiefactuur te optimaliseren.
Zonne-energie delen in SunGilles
Zonne-energie delen in SunGilles
© CityMine(d)
SunGilles / Vlogaert
In de woontoren van SunGilles worden huurders betrokken in de verdeling van de energie die op het dak wordt opgewekt. Dit pilootproject toont hoe ook mensen zonder eigen kapitaal kunnen deelnemen aan een energiegemeenschap.
Aardgasvrije wijken Nederland
Aardgasvrije wijken Nederland
Programma Aardgasvrije wijken
Nederland wil tegen 2050 aardgasvrij worden. Het Programma Aardgasvrije Wijken is een bovenlokaal programma dat verschillende lokale testsites samenbrengt om collectief lessen te trekken, en zo de vermenigvuldiging van aardgasvrije (energie)wijken op gang te brengen.
Het bomenbeheer in Brasschaat in beeld, Brasschaat
Het bomenbeheer in Brasschaat in beeld, Brasschaat
© Brasschaat
Nieuw Administratief Centrum Brasschaat
In het Nieuw Administratief Centrum Brasschaat wordt het snoeiafval uit de gemeente gebruikt om het gemeentehuis te verwarmen.
Voor en na de renovatie, Gent
Voor en na de renovatie, Gent
© Fred Debrock, Gent
Dampoort KnapT OP!
In het project Dampoort KnapT OP! legt het OCMW een rollend fonds aan om ervoor te zorgen dat ook kwetsbare gezinnen de nodige energierenovaties kunnen realiseren.
Warmtenet Eeklo, 2017
Warmtenet Eeklo, 2017
© 2017
Warmtenet Eeklo
De gemeente Eeklo neemt met de aanleg van haar warmtenet opnieuw het voortouw in België. Het warmtenet is niet alleen het grootste van het land, het is ook deels in handen van de burgers zelf.
Deur-aan-deurronde Wijkwerf
Deur-aan-deurronde Wijkwerf
© Energent
Energent
Energent investeert geld van haar coöperanten in hernieuwbare-energieprojecten en energiebesparingen. Daarnaast levert de organisatie omkaderende energiediensten om burgers te mobiliseren en te ontzorgen.
Burgerbeweging Klimaan voert actie
Burgerbeweging Klimaan voert actie
© Klimaan vzw
Klimaan
Klimaan is een voorbeeld van een coöperatieve vennootschap die met burgerkapitaal investeert in hernieuwbare energie, maar ook in andere commons zoals water, grond of lucht. Klimaan is een regionale community met lokaal verankerde deelgroepen.
De Vlaamse Staak: future proof duurzaam bedrijventerrein
Wattson
Wattson is een Belgische ESCO (Energy Service Company). Het bedrijf richt zich op het integraal renoveren van projecten, waarbij verschillende energiebesparende maatregelen worden gecombineerd met het installeren van duurzame energie. Wattson neemt de investeringen voor zich, die zich terugverdienen met het budget dat vrijkomt door de lagere energiefactuur.
Wijkbatterij Oud - Heverlee, 2021, Oud - Heverlee
Wijkbatterij Oud - Heverlee, 2021, Oud - Heverlee
© Tim Dirven, Oud - Heverlee 2021
Wijkbatterij Oud-Heverlee
De eerste wijkbatterij in Oud-Heverlee toont aan dat energie opslaan op wijkniveau om productiepieken uit te vlakken en het elektriciteitsnet te ontlasten, kan uitgroeien tot een innovatief en collectief wijkproject.
Werksessie Bospolder-Tussendijken in beeld
Werksessie Bospolder-Tussendijken in beeld
© Frans Hanswijk, 2018
LEAP Bospolder-Tussendijken
Een gecoördineerde aanpak voor een Local Energy Action Plan in de Rotterdamse wijk Bospolder-Tussendijken gebruikt de energietransitie als een middel om de levensstandaard van de hele buurt te vergroten.

Logboek

Leeslijst

Artikel
De Standaard
Jef Poppelmonde
Video
VPRO Tegenlicht
Rob van Hattum
Publicatie
Urban Futures Studio, Universiteit Utrecht
Irene Bronsvoort, Jesse Hoffman en Maarten Hajer
Artikel
De Tijd
Henk Dheedene en Sofie Vanlommel
Publicatie
Internationale Architectuurbiënnale Rotterdam (IABR) / Gemeente Rotterdam
CIVIC architects, IABR
Publicatie
Vereniging Deltametropool
Dirk Sijmons, Erik Frijters, Rens Wijnakker, Jasper Hugtenburg, S. Stremke, Boris Hocks, Marco Vermeulen, Paul Gerretsen
Publicatie
Access to Land
Collective document coordinated by Jofre Rodrigo (Xarxa de Custòdia del Territori) and Veronique Rioufol (Terre de liens)

Landscape and Energy - Designing Transition

Boek
Netherlands Architecture Institute (NAi Uitgevers/Publishers)
Dirk Sijmons, Fred Feddes
Website
Departement Omgeving
Website
Low Tech Magazine